Back-ups

Als onderzoeksdata verloren gaan of onbruikbaar worden, kan het uiterst kostbaar of zelfs onmogelijk zijn om de data opnieuw te verwerven. Daarom zijn goede opslag en back-ups aan te raden.

Werkwijze

Back-ups maak je door bestanden handmatig van je werkcomputer naar een andere drager, bijvoorbeeld een externe harddisk, te kopiëren. Je kunt dit proces eventueel automatiseren met behulp van (betaalde) software. Van bestanden die je opslaat op de UvA- of HvA-netwerkschijf wordt door ICT Services dagelijks een back-up gemaakt.

Frequentie

Hoe vaak je een back-up maakt, hangt samen met hoe vaak je bestanden wijzigen. Het maken van een back-up kan, afhankelijk van het aantal en de grootte van de bestanden, tijdrovend zijn. Je kunt overwegen om te beginnen met het maken van een integrale back-up van alle bestanden, daarna wekelijks alleen de gewijzigde bestanden en eens per maand alle bestanden naar je back-upmedium te kopiëren.

Locatie

Als je zowel de originele bestanden als de back-ups ervan fysiek op één locatie bewaart, bestaat de kans dat de bestanden verloren gaan als gevolg van diefstal of brand. Je verkleint dit risico door op twee of drie verschillende locaties back-ups te bewaren.

Testen

Elk digitaal bestand kan in de loop van de tijd beschadigd raken, bijvoorbeeld als gevolg van veroudering van de drager waarop het bestand is opgeslagen. Daarom is het van belang om periodiek te testen of bestanden nog compleet en te gebruiken zijn.

Gepubliceerd door  RDM support

23 augustus 2016